Hebreeën 7:9
“En, om zo te zeggen, door Abraham heeft ook Levi, die tienden ontvangt, tienden gegeven;”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 7 — omringende verzen
Beschouwt nu hoe groot deze was, aan wie zelfs de aartsvader Abraham het tiende deel van de buit gaf.
5En voorwaar, zij die uit de zonen van Levi zijn, die het priesterambt ontvangen, hebben een gebod om van het volk tienden te nemen volgens de wet, dat is van hun broeders, hoewel die uit de lendenen van Abraham voortgekomen zijn;
6Maar hij wiens geslachtsregister onder hen niet geteld wordt, heeft tienden ontvangen van Abraham, en heeft hem gezegend die de beloften had.
7En buiten alle tegenspraak, het mindere wordt gezegend door het meerdere.
8En hier ontvangen wel mensen die sterven de tienden, maar daar ontvangt hij ze, van wie getuigd wordt dat hij leeft.
En, om zo te zeggen, door Abraham heeft ook Levi, die tienden ontvangt, tienden gegeven;
Want hij was nog in de lendenen zijns vaders, toen Melchizedek hem tegemoet ging.
11Indien dan de volmaaktheid door het Levitische priesterschap was (want onder dat priesterschap heeft het volk de wet ontvangen), welke verdere noodzaak was er dan dat een andere priester zou opstaan naar de ordening van Melchizedek, en niet genoemd zou worden naar de ordening van Aäron?
12Want als het priesterschap veranderd wordt, vindt er ook noodzakelijk een verandering van de wet plaats.
13Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waaruit niemand aan het altaar heeft gediend.
14Want het is duidelijk dat onze Heer uit Juda is voortgekomen, over welke stam Mozes niets gesproken heeft aangaande het priesterschap.