Hebreeën 7:5
“En voorwaar, zij die uit de zonen van Levi zijn, die het priesterambt ontvangen, hebben een gebod om van het volk tienden te nemen volgens de wet, dat is van hun broeders, hoewel die uit de lendenen van Abraham voortgekomen zijn;”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 7 — omringende verzen
Want deze Melchizedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham tegemoet ging toen hij terugkeerde van de slachting der koningen, en hem zegende;
2Aan wie ook Abraham het tiende deel van alles gaf; allereerst, naar uitlegging, Koning der gerechtigheid, en daarna ook Koning van Salem, dat is Koning van vrede;
3Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, hebbende noch begin van dagen noch einde des levens, maar gelijkgemaakt aan de Zoon van God, blijft hij priester voor altoos.
4Beschouwt nu hoe groot deze was, aan wie zelfs de aartsvader Abraham het tiende deel van de buit gaf.
En voorwaar, zij die uit de zonen van Levi zijn, die het priesterambt ontvangen, hebben een gebod om van het volk tienden te nemen volgens de wet, dat is van hun broeders, hoewel die uit de lendenen van Abraham voortgekomen zijn;
Maar hij wiens geslachtsregister onder hen niet geteld wordt, heeft tienden ontvangen van Abraham, en heeft hem gezegend die de beloften had.
7En buiten alle tegenspraak, het mindere wordt gezegend door het meerdere.
8En hier ontvangen wel mensen die sterven de tienden, maar daar ontvangt hij ze, van wie getuigd wordt dat hij leeft.
9En, om zo te zeggen, door Abraham heeft ook Levi, die tienden ontvangt, tienden gegeven;
10Want hij was nog in de lendenen zijns vaders, toen Melchizedek hem tegemoet ging.