Hebreeën 8:3
“Want iedere hogepriester wordt aangesteld om gaven en offers te brengen; daarom is het noodzakelijk dat Ook Deze iets heeft om te offeren.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 8 — omringende verzen
De hoofdsom nu van de dingen waarover wij spreken is deze: Wij hebben zulk een Hogepriester, Die gezeten is aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen;
2Een Dienaar van het heiligdom en van de ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht, en niet een mens.
Want iedere hogepriester wordt aangesteld om gaven en offers te brengen; daarom is het noodzakelijk dat Ook Deze iets heeft om te offeren.
Want als Hij op aarde was, zou Hij zelfs geen priester zijn, omdat er priesters zijn die naar de wet gaven offeren;
5Die de afbeelding en de schaduw dienen van de hemelse dingen, zoals Mozes van God een waarschuwing ontving toen hij de tabernakel zou maken: Want zie, zei Hij, dat gij alles maakt naar het voorbeeld dat u op de berg getoond is.
6Maar nu heeft Hij een voortrekkelijker bediening verkregen, naarmate Hij ook de Middelaar is van een beter verbond, dat op betere beloften is gegrondvest.
7Want als dat eerste verbond onberispelijk was geweest, dan zou er geen plaats voor het tweede gezocht zijn geworden.
8Want terwijl Hij hen berispt, zegt Hij: Zie, de dagen komen, zegt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten;