Hooglied 3:10
“Hij maakte de pilaren ervan van zilver, de bodem ervan van goud, de bekleding ervan van purper, het midden ervan geplaveid met liefde, voor de dochters van Jeruzalem.”
Kruisverwijzingen
Context
Hooglied 3 — omringende verzen
Ik bezweer u, o dochters van Jeruzalem, bij de reeën en bij de hinden des velds, dat gij de liefde niet opwekt noch wakker maakt, voordat het haar behaagt.
6Wie is deze die opkomt uit de woestijn als rookzuilen, berookt met mirre en wierook, met alle poeders van de koopman?
7Zie zijn draagbed, dat van Salomo is; zestig dappere mannen zijn eromheen, uit de dapperen van Israël.
8Zij allen houden het zwaard, zijn ervaren in de oorlog; ieder man heeft zijn zwaard aan zijn heup vanwege de verschrikking van de nacht.
9Koning Salomo maakte zichzelf een draagkoets van het hout van Libanon.
Hij maakte de pilaren ervan van zilver, de bodem ervan van goud, de bekleding ervan van purper, het midden ervan geplaveid met liefde, voor de dochters van Jeruzalem.
Gaat uit, o dochters van Sion, en aanschouwt koning Salomo met de kroon waarmee zijn moeder hem gekroond heeft op de dag van zijn bruiloft, en op de dag van de blijdschap van zijn hart.