Terug naar Hooglied 3
VSV
Statenvertaling

Hooglied 3:4

Nauwelijks was ik van hen voorbijgegaan, of ik vond hem dien mijn ziel liefheeft; ik hield hem vast en liet hem niet los, totdat ik hem gebracht had in het huis van mijn moeder, en in de kamer van haar die mij ontvangen heeft.

Kruisverwijzingen