Terug naar Jeremia 10
VSV
Statenvertaling

Jeremia 10:11

Aldus zult gij tot hen zeggen: De goden die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, die zullen vergaan van de aarde en van onder deze hemelen.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 10 — omringende verzen

6

Want er is niemand zoals U, o HEER; U bent groot, en Uw naam is groot in kracht.

7

Wie zou U niet vrezen, o Koning der volken? Want U komt het toe; want onder al de wijzen van de volken, en in al hun koninkrijken, is er niemand zoals U.

8

Maar zij zijn allesins dom en dwaas; het hout is een leer van ijdelheden.

9

Uitgehamerd zilver wordt gebracht uit Tarsis, en goud uit Ufaz, het werk van de werkman en van de handen van de goudsmid; blauw en purper is hun kleding; zij zijn alle het werk van kundige mannen.

10

Maar de HEER is de waarachtige God; Hij is de levende God en een eeuwig Koning; bij Zijn toorn beeft de aarde, en de volken kunnen Zijn gramschap niet verdragen.

11

Aldus zult gij tot hen zeggen: De goden die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, die zullen vergaan van de aarde en van onder deze hemelen.

12

Hij heeft de aarde gemaakt door Zijn kracht, Hij heeft de wereld gegrondvest door Zijn wijsheid, en de hemelen uitgespreid door Zijn verstand.

13

Als Hij Zijn stem verheft, is er een veelheid van wateren in de hemelen, en Hij doet de dampen opstijgen van de einden der aarde; Hij maakt bliksemen met de regen, en brengt de wind voort uit Zijn schatkamers.

14

Elk mens is dom in zijn kennis; elke goudsmid wordt beschaamd door het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen, en er is geen adem in hen.

15

Zij zijn ijdelheid, een werk van dwalingen; in de tijd van hun bezoeking zullen zij vergaan.

16

Het deel van Jakob is niet zoals zij; want Hij is de Formeerder van alle dingen, en Israël is de staf van Zijn erfenis; HEER der heerscharen is Zijn naam.