Jeremia 10:7
“Wie zou U niet vrezen, o Koning der volken? Want U komt het toe; want onder al de wijzen van de volken, en in al hun koninkrijken, is er niemand zoals U.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 10 — omringende verzen
Zo zegt de HEER: Leert de weg van de heidenen niet, en wordt niet verschrikt door de tekenen des hemels; want de heidenen worden daardoor verschrikt.
3Want de gewoonten van de volken zijn ijdelheid; want men hakt een boom uit het woud, het werk van de handen van de werkman, met de bijl.
4Men siert hem op met zilver en met goud; men bevestigt hem met spijkers en met hamers, zodat hij niet beweegt.
5Zij staan rechtop als een palmboom, maar spreken niet; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan. Vreest niet voor hen; want zij kunnen geen kwaad doen, noch is het in hen om goed te doen.
6Want er is niemand zoals U, o HEER; U bent groot, en Uw naam is groot in kracht.
Wie zou U niet vrezen, o Koning der volken? Want U komt het toe; want onder al de wijzen van de volken, en in al hun koninkrijken, is er niemand zoals U.
Maar zij zijn allesins dom en dwaas; het hout is een leer van ijdelheden.
9Uitgehamerd zilver wordt gebracht uit Tarsis, en goud uit Ufaz, het werk van de werkman en van de handen van de goudsmid; blauw en purper is hun kleding; zij zijn alle het werk van kundige mannen.
10Maar de HEER is de waarachtige God; Hij is de levende God en een eeuwig Koning; bij Zijn toorn beeft de aarde, en de volken kunnen Zijn gramschap niet verdragen.
11Aldus zult gij tot hen zeggen: De goden die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, die zullen vergaan van de aarde en van onder deze hemelen.
12Hij heeft de aarde gemaakt door Zijn kracht, Hij heeft de wereld gegrondvest door Zijn wijsheid, en de hemelen uitgespreid door Zijn verstand.