Terug naar Jeremia 15
VSV
Statenvertaling

Jeremia 15:3

En Ik zal over hen vier soorten aanstellen, spreekt de HEER: het zwaard om te doden, de honden om te scheuren, en de vogels des hemels en de dieren der aarde om te verslinden en te verdelgen.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 15 — omringende verzen

1

Toen zei de HEER tot mij: Al stonden Mozes en Samuël voor Mijn aangezicht, Mijn hart zou niet naar dit volk uitgaan. Zend hen weg van voor Mijn aangezicht, en laat hen heengaan.

2

En het zal gebeuren, als zij tot u zeggen: Waarheen zullen wij gaan? dat u hun dan zegt: Zo zegt de HEER: Wie voor de dood bestemd is, naar de dood; en wie voor het zwaard bestemd is, naar het zwaard; en wie voor de honger bestemd is, naar de honger; en wie voor de gevangenschap bestemd is, naar de gevangenschap.

3

En Ik zal over hen vier soorten aanstellen, spreekt de HEER: het zwaard om te doden, de honden om te scheuren, en de vogels des hemels en de dieren der aarde om te verslinden en te verdelgen.

4

En Ik zal hen tot een schrikbeeld maken voor alle koninkrijken der aarde, vanwege Manasse, de zoon van Hizkia, de koning van Juda, vanwege hetgeen hij in Jeruzalem gedaan heeft.

5

Want wie zal medelijden met u hebben, o Jeruzalem? Of wie zal u beklagen? Of wie zal opzij gaan om naar uw welstand te vragen?

6

Gij hebt Mij verlaten, spreekt de HEER, gij zijt achteruitgeweken; daarom zal Ik Mijn hand tegen u uitstrekken en u verdelgen. Ik ben het berouwen moe.

7

En Ik zal hen wannen met een wan in de poorten des lands; Ik zal hen van kinderen beroven; Ik zal Mijn volk verdelgen, want zij keren niet terug van hun wegen.

8

Hun weduwen zijn voor Mij vermenigvuldigd boven het zand der zee. Ik heb over hen een verwoester gebracht, op het middaguur, over de moeder van de jonge mannen; Ik heb hem plotseling over haar doen neervallen, en verschrikking over de stad.