Terug naar Jeremia 26
VSV
Statenvertaling

Jeremia 26:10

Toen de vorsten van Juda deze dingen hoorden, kwamen zij op van het huis des konings naar het huis des HEREN en zetten zich neder in de ingang van de nieuwe poort des HEREN.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 26 — omringende verzen

5

Om te luisteren naar de woorden van Mijn knechten de profeten, die Ik tot u gezonden heb, vroeg opstaan en zenden, maar waarnaar gij niet geluisterd hebt;

6

Dan zal Ik dit huis maken als Silo, en deze stad zal Ik maken tot een vloek voor alle volken der aarde.

7

En de priesters en de profeten en al het volk hoorden Jeremia deze woorden spreken in het huis des HEREN.

8

En het geschiedde, toen Jeremia geëindigd had met spreken van alles wat de HEER hem geboden had te spreken tot al het volk, dat de priesters en de profeten en al het volk hem grepen en zeiden: Gij zult zeker sterven.

9

Waarom hebt gij geprofeteerd in de naam des HEREN en gezegd: Dit huis zal worden als Silo, en deze stad zal woest worden, zonder inwoner? En al het volk verzamelde zich tegen Jeremia in het huis des HEREN.

10

Toen de vorsten van Juda deze dingen hoorden, kwamen zij op van het huis des konings naar het huis des HEREN en zetten zich neder in de ingang van de nieuwe poort des HEREN.

11

Toen spraken de priesters en de profeten tot de vorsten en tot al het volk en zeiden: Deze man is des doods schuldig; want hij heeft geprofeteerd tegen deze stad, zoals gij met uw eigen oren gehoord hebt.

12

Toen sprak Jeremia tot alle vorsten en tot al het volk en zei: De HEER heeft mij gezonden om te profeteren tegen dit huis en tegen deze stad, al de woorden die gij gehoord hebt.

13

Betert dan nu uw wegen en uw daden, en gehoorzaamt de stem van de HEER, uw God; en de HEER zal Zich berouwen over het onheil dat Hij over u heeft uitgesproken.

14

Maar wat mij betreft, zie, ik ben in uw hand; doet met mij zoals het goed en recht is in uw ogen.

15

Maar weet dit zeker: indien gij mij ter dood brengt, zult gij onschuldig bloed brengen over uzelf, en over deze stad, en over haar inwoners; want in waarheid heeft de HEER mij tot u gezonden om al deze woorden in uw oren te spreken.