Terug naar Jeremia 37
VSV
Statenvertaling

Jeremia 37:17

zond koning Sedekia en haalde hem; en de koning ondervroeg hem heimelijk in zijn huis en zeide: Is er een woord van de HEER? En Jeremia zeide: Dat is er; want, zeide hij, gij zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 37 — omringende verzen

12

dat Jeremia uit Jeruzalem wegging om naar het land Benjamin te gaan, om zich daar onder het volk te begeven.

13

En toen hij bij de poort van Benjamin was, was daar een bevelhebber van de wacht, wiens naam was Jiria, de zoon van Selemja, de zoon van Hananja; en hij greep de profeet Jeremia, zeggende: Gij loopt over naar de Chaldeeën.

14

Toen zeide Jeremia: Dat is onwaar; ik loop niet over naar de Chaldeeën. Maar hij wilde naar hem niet luisteren; zo greep Jiria Jeremia en bracht hem tot de vorsten.

15

En de vorsten waren toornig op Jeremia en sloegen hem en zetten hem gevangen in het huis van Jonathan, de schrijver, want zij hadden dat tot een gevangenis gemaakt.

16

Toen Jeremia in het gewelf en in de cellen gekomen was, en Jeremia daar vele dagen gebleven was,

17

zond koning Sedekia en haalde hem; en de koning ondervroeg hem heimelijk in zijn huis en zeide: Is er een woord van de HEER? En Jeremia zeide: Dat is er; want, zeide hij, gij zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden.

18

Voorts zeide Jeremia tot koning Sedekia: Wat heb ik tegen u of tegen uw dienaren of tegen dit volk misdaan, dat gij mij in de gevangenis gezet hebt?

19

Waar zijn nu uw profeten die u geprofeteerd hebben, zeggende: De koning van Babel zal niet tegen u of tegen dit land komen?

20

Daarom, hoor nu toch, ik bid u, mijn heer de koning: laat toch mijn smeekgebed voor uw aangezicht aangenomen worden, dat gij mij niet doet terugkeren naar het huis van Jonathan, de schrijver, opdat ik daar niet sterve.

21

Toen gebood koning Sedekia dat men Jeremia zou vastzetten in de voorhof van de gevangenis, en dat men hem dagelijks een brood uit de Bakkerstraat zou geven, totdat al het brood in de stad op zou zijn. Zo bleef Jeremia in de voorhof van de gevangenis.