Terug naar Jeremia 38
VSV
Statenvertaling

Jeremia 38:19

En koning Zedekia zei tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden die tot de Chaldeeën zijn overgelopen, dat zij mij in hun hand overleveren en zij mij bespotten.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 38 — omringende verzen

14

Toen zond koning Zedekia en liet de profeet Jeremia tot zich halen bij de derde ingang die in het huis des HEREN is. En de koning zei tot Jeremia: Ik zal u iets vragen; verberg niets voor mij.

15

Toen zei Jeremia tot Zedekia: Als ik het u openbaar, zult U mij dan niet zeker ter dood brengen? En als ik u raad geef, zult U niet naar mij luisteren.

16

Toen zwoer koning Zedekia Jeremia in het geheim, en zei: Zo waarachtig de HEER leeft, Die ons deze ziel gegeven heeft, ik zal u niet ter dood brengen, noch zal ik u overleveren in de hand van deze mannen die uw leven zoeken.

17

Toen zei Jeremia tot Zedekia: Zo zegt de HEER, de God der heerscharen, de God van Israël: Indien gij u stellig overgeeft aan de vorsten van de koning van Babel, dan zal uw ziel leven en zal deze stad niet met vuur verbrand worden; en gij zult leven, gij en uw huis.

18

Maar indien gij u niet overgeeft aan de vorsten van de koning van Babel, dan zal deze stad gegeven worden in de hand van de Chaldeeën, en zij zullen haar met vuur verbranden; en gij zult niet ontsnappen uit hun hand.

19

En koning Zedekia zei tot Jeremia: Ik ben bevreesd voor de Joden die tot de Chaldeeën zijn overgelopen, dat zij mij in hun hand overleveren en zij mij bespotten.

20

Maar Jeremia zei: Zij zullen u niet overleveren. Gehoorzaam toch, ik bid U, aan de stem des HEREN, die ik tot u spreek, zo zal het u welgaan en zal uw ziel leven.

21

Maar indien gij weigert u over te geven, dit is het woord dat de HEER mij getoond heeft:

22

En zie, al de vrouwen die overgebleven zijn in het huis van de koning van Juda, zullen uitgevoerd worden naar de vorsten van de koning van Babel; en die vrouwen zullen zeggen: Uw vrienden hebben u opgehitst en hebben het van u gewonnen; uw voeten zijn gezonken in het slijk, en zij zijn achterwaarts geweken.

23

Zo zullen zij al uw vrouwen en uw kinderen naar de Chaldeeën uitvoeren; en gij zult niet ontsnappen uit hun hand, maar gij zult gegrepen worden door de hand van de koning van Babel; en gij zult veroorzaken dat deze stad met vuur verbrand wordt.

24

Toen zei Zedekia tot Jeremia: Laat niemand van deze woorden weten, en gij zult niet sterven.