Terug naar Jeremia 44
VSV
Statenvertaling

Jeremia 44:30

Zo zegt de HEER: Zie, Ik zal Farao Hofra, de koning van Egypte, overgeven in de hand van zijn vijanden en in de hand van hen die zijn leven zoeken; gelijk als Ik Zedekia, de koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn vijand, die zijn leven zocht.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 44 — omringende verzen

25

Zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Gij en uw vrouwen hebt beiden met uw mond gesproken en met uw hand vervuld, zeggende: Wij zullen zeker onze geloften volbrengen die wij beloofd hebben, om reukwerk te branden voor de koningin des hemels en haar plengoffers te plengen. Stelt dan uw geloften maar vast en voert uw geloften maar uit.

26

Hoort daarom het woord van de HEER, geheel Juda dat in het land Egypte woont: Zie, Ik heb gezworen bij Mijn grote naam, zegt de HEER, dat Mijn naam niet meer genoemd zal worden in de mond van enig man van Juda in het gehele land Egypte, met de woorden: De Heer HEER leeft.

27

Zie, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda die in het land Egypte zijn, zullen verteerd worden door het zwaard en door de honger, totdat zij geheel ten einde zijn.

28

En het kleine getal dat aan het zwaard ontsnapt, zal terugkeren uit het land Egypte naar het land Juda; en het gehele overblijfsel van Juda dat in het land Egypte getrokken is om daar als vreemdeling te wonen, zal weten wiens woorden standhouden, de mijne of de hunne.

29

En dit zal u een teken zijn, zegt de HEER, dat Ik u straffen zal op deze plaats, opdat gij weet dat Mijn woorden stellig tegen u ten kwade zullen standhouden.

30

Zo zegt de HEER: Zie, Ik zal Farao Hofra, de koning van Egypte, overgeven in de hand van zijn vijanden en in de hand van hen die zijn leven zoeken; gelijk als Ik Zedekia, de koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn vijand, die zijn leven zocht.