Terug naar Jeremia 46
VSV
Statenvertaling

Jeremia 46:13

Het woord dat de HEER gesproken heeft tot Jeremia de profeet, hoe Nebukadrezar, de koning van Babel, komen zou om het land Egypte te slaan.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 46 — omringende verzen

8

Egypte komt op als een vloed en zijn wateren worden bewogen als de rivieren; en het zegt: Ik zal optrekken en de aarde bedekken; ik zal de stad verderven en haar inwoners.

9

Komt op, gij paarden, en raast, gij wagens; laat de helden uittreden: de Ethiopiërs en de Libiërs, die het schild hanteren, en de Lydiërs, die de boog hanteren en spannen.

10

Want dit is de dag van de Heer HEER der heerscharen, een dag der wrake, om Zich te wreken over Zijn tegenstanders; en het zwaard zal verslinden en verzadigd en dronken worden van hun bloed; want de Heer HEER der heerscharen heeft een offermaaltijd in het noorden bij de rivier de Eufraat.

11

Trek op naar Gilead en haal balsem, o maagd, dochter van Egypte; tevergeefs gebruikt gij vele geneesmiddelen, want er is voor u geen genezing.

12

De volken hebben gehoord van uw schande en uw geschrei heeft het land vervuld; want de held is gestruikeld over de held en zij zijn beiden tezamen gevallen.

13

Het woord dat de HEER gesproken heeft tot Jeremia de profeet, hoe Nebukadrezar, de koning van Babel, komen zou om het land Egypte te slaan.

14

Kondigt het aan in Egypte en maakt het bekend in Migdol, en maakt het bekend in Nof en in Tahpanhes; zegt: Stel u op en bereidt u; want het zwaard zal rondom u verslinden.

15

Waarom zijn uw helden weggevaagd? Zij hielden geen stand, omdat de HEER hen verdreef.

16

Hij deed er velen struikelen, ja, de een viel op de ander; en zij zeiden: Staat op en laat ons teruggaan naar ons volk en naar het land van onze geboorte, weg van het onderdrukkende zwaard.

17

Zij riepen daar: Farao, de koning van Egypte, is maar een geluid; hij heeft de bestemde tijd laten voorbijgaan.

18

Zo waarachtig als Ik leef, zegt de Koning, wiens naam is de HEER der heerscharen, zeker, als de Tabor er is onder de bergen en als de Karmel aan de zee, zo zal hij komen.