Jeremia 5:29
“Zou Ik hierover geen rekenschap vragen? zegt de HEER: zou Mijn ziel zich niet wreken op zulk een volk als dit?”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 5 — omringende verzen
Zij zeggen ook niet in hun hart: Laat ons nu de HEER onze God vrezen, Die regen geeft, zowel de vroege als de late regen, op zijn tijd: Die voor ons de vastgestelde weken van de oogst bewaart.
25Uw ongerechtigheden hebben deze dingen afgewend, en uw zonden hebben het goede van u teruggehouden.
26Want onder Mijn volk worden goddeloze mannen gevonden: zij loeren als hij die strikken zet; zij spannen een val, zij vangen mensen.
27Zoals een kooi vol vogels is, zo zijn hun huizen vol bedrog: daardoor zijn zij groot geworden en rijk geworden.
28Zij zijn vet en glanzend geworden; ja, zij gaan de daden der goddelozen te boven: zij berechten de zaak niet, de zaak van de wees, maar zij varen voorspoedig; en het recht van de behoeftigen berechten zij niet.
Zou Ik hierover geen rekenschap vragen? zegt de HEER: zou Mijn ziel zich niet wreken op zulk een volk als dit?
Een wonderlijke en gruwelijke zaak geschiedt in het land;
31De profeten profeteren vals, en de priesters heersen door hun toedoen; en Mijn volk heeft het zo lief: maar wat zult gij doen op het einde daarvan?