Terug naar Jeremia 50
VSV
Statenvertaling

Jeremia 50:10

En Chaldea zal tot een buit worden; allen die haar beroven, zullen verzadigd zijn, zegt de HEER.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 50 — omringende verzen

5

Zij zullen naar de weg van Sion vragen, met hun aangezicht daarheen gewend, en zeggen: Komt, laat ons ons voegen bij de HEER in een eeuwig verbond dat niet vergeten zal worden.

6

Mijn volk is geworden als verloren schapen; hun herders hebben hen doen afdwalen, zij hebben hen weggeleid op de bergen; zij zijn van berg tot heuvel gegaan en hebben hun rustplaats vergeten.

7

Allen die hen vonden, hebben hen verslonden; en hun tegenstanders zeiden: Wij zondigen niet, omdat zij gezondigd hebben tegen de HEER, de woning der gerechtigheid, ja, de HEER, de hoop hunner vaderen.

8

Vlucht uit het midden van Babel en ga weg uit het land der Chaldeeën, en weest als bokken voor de kudden.

9

Want zie, Ik zal een verzameling van grote volken uit het noorden doen optrekken en tegen Babel aanrukken; zij zullen zich in slagorde opstellen tegen haar; van daar zal zij ingenomen worden; hun pijlen zullen zijn als van een machtig, ervaren boogschutter; niemand zal met lege handen terugkeren.

10

En Chaldea zal tot een buit worden; allen die haar beroven, zullen verzadigd zijn, zegt de HEER.

11

Omdat gij u verheugde, omdat gij jubelde, o verwoeststers van Mijn erfenis, omdat gij vet geworden zijt als een vaars in het gras en loeit als stieren;

12

Uw moeder zal diep beschaamd worden; zij die u baarde, zal te schande worden; zie, de achterste der volken zal een wildernis zijn, een droog land en een woestijn.

13

Vanwege de toorn van de HEER zal het niet bewoond worden, maar geheel verwoest zijn; een ieder die door Babel trekt, zal ontzet zijn en sissen over al haar plagen.

14

Stelt u in slagorde rondom Babel; gij allen die de boog spannen, schiet op haar, spaart geen pijlen; want zij heeft gezondigd tegen de HEER.

15

Juicht rondom haar; zij heeft haar hand gegeven; haar fundamenten zijn gevallen, haar muren zijn neergeworpen; want dit is de wraak van de HEER: wreekt u op haar; doet haar zoals zij gedaan heeft.