Terug naar Jeremia 50
VSV
Statenvertaling

Jeremia 50:27

Slaat al haar stieren neer; laat hen ter slachting neerdalen; wee hun! want hun dag is gekomen, de tijd van hun bezoeking.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 50 — omringende verzen

22

Een geluid van strijd is in het land en van grote verwoesting.

23

Hoe is de hamer der ganse aarde afgehouwen en gebroken! Hoe is Babel geworden tot een woestenij onder de volken!

24

Ik heb een strik voor u gelegd en gij zijt ook gevangen, o Babel, en gij wist het niet; gij zijt gevonden en ook gegrepen, omdat gij gestreden hebt tegen de HEER.

25

De HEER heeft Zijn wapenrusting geopend en de wapenen van Zijn gramschap naar buiten gebracht; want dit is het werk van de Heer HEER der heerscharen in het land der Chaldeeën.

26

Komt tegen haar van de verste grens; opent haar schatkamers; werpt haar op als hopen en verdelgt haar geheel; laat niets van haar overblijven.

27

Slaat al haar stieren neer; laat hen ter slachting neerdalen; wee hun! want hun dag is gekomen, de tijd van hun bezoeking.

28

De stem van hen die vluchten en ontkomen uit het land Babel, om in Sion te verkondigen de wraak van de HEER onze God, de wraak van Zijn tempel.

29

Roept de boogschutters samen tegen Babel; gij allen die de boog spannen, legt er een kamp omheen; laat niemand ervan ontsnappen; vergeldt haar naar haar werk; doet haar overeenkomstig alles wat zij gedaan heeft; want zij heeft zich verheven tegen de HEER, tegen de Heilige Israëls.

30

Daarom zullen haar jonge mannen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden zullen op die dag worden afgesneden, zegt de HEER.

31

Zie, Ik zal tegen u zijn, o gij hoogmoedigste, zegt de Heer HEER der heerscharen; want uw dag is gekomen, de tijd dat Ik u zal bezoeken.

32

En de hoogmoedigste zal struikelen en vallen, en niemand zal hem oprichten; en Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, en het zal al wat rondom hem is, verteren.