Terug naar Jeremia 50
VSV
Statenvertaling

Jeremia 50:32

En de hoogmoedigste zal struikelen en vallen, en niemand zal hem oprichten; en Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, en het zal al wat rondom hem is, verteren.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 50 — omringende verzen

27

Slaat al haar stieren neer; laat hen ter slachting neerdalen; wee hun! want hun dag is gekomen, de tijd van hun bezoeking.

28

De stem van hen die vluchten en ontkomen uit het land Babel, om in Sion te verkondigen de wraak van de HEER onze God, de wraak van Zijn tempel.

29

Roept de boogschutters samen tegen Babel; gij allen die de boog spannen, legt er een kamp omheen; laat niemand ervan ontsnappen; vergeldt haar naar haar werk; doet haar overeenkomstig alles wat zij gedaan heeft; want zij heeft zich verheven tegen de HEER, tegen de Heilige Israëls.

30

Daarom zullen haar jonge mannen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden zullen op die dag worden afgesneden, zegt de HEER.

31

Zie, Ik zal tegen u zijn, o gij hoogmoedigste, zegt de Heer HEER der heerscharen; want uw dag is gekomen, de tijd dat Ik u zal bezoeken.

32

En de hoogmoedigste zal struikelen en vallen, en niemand zal hem oprichten; en Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, en het zal al wat rondom hem is, verteren.

33

Zo zegt de HEER der heerscharen: De kinderen Israëls en de kinderen van Juda werden tezamen onderdrukt; en allen die hen gevangen hielden, hielden hen vast; zij weigerden hen te laten gaan.

34

Hun Verlosser is sterk; HEER der heerscharen is Zijn naam; Hij zal hun zaak ten volle bepleiten, opdat Hij het land rust geve en de inwoners van Babel beroere.

35

Een zwaard is over de Chaldeeën, zegt de HEER, en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten en over haar wijzen.

36

Een zwaard is over de leugenaars; en zij zullen dwazen worden; een zwaard is over haar dappere mannen en zij zullen ontsteld zijn.

37

Een zwaard is over hun paarden en over hun wagens en over al het gemengde volk dat in haar midden is; en zij zullen worden als vrouwen; een zwaard is over haar schatten en zij zullen worden geplunderd.