Terug naar Jeremia 50
VSV
Statenvertaling

Jeremia 50:35

Een zwaard is over de Chaldeeën, zegt de HEER, en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten en over haar wijzen.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 50 — omringende verzen

30

Daarom zullen haar jonge mannen vallen op haar straten, en al haar krijgslieden zullen op die dag worden afgesneden, zegt de HEER.

31

Zie, Ik zal tegen u zijn, o gij hoogmoedigste, zegt de Heer HEER der heerscharen; want uw dag is gekomen, de tijd dat Ik u zal bezoeken.

32

En de hoogmoedigste zal struikelen en vallen, en niemand zal hem oprichten; en Ik zal een vuur aansteken in zijn steden, en het zal al wat rondom hem is, verteren.

33

Zo zegt de HEER der heerscharen: De kinderen Israëls en de kinderen van Juda werden tezamen onderdrukt; en allen die hen gevangen hielden, hielden hen vast; zij weigerden hen te laten gaan.

34

Hun Verlosser is sterk; HEER der heerscharen is Zijn naam; Hij zal hun zaak ten volle bepleiten, opdat Hij het land rust geve en de inwoners van Babel beroere.

35

Een zwaard is over de Chaldeeën, zegt de HEER, en over de inwoners van Babel, en over haar vorsten en over haar wijzen.

36

Een zwaard is over de leugenaars; en zij zullen dwazen worden; een zwaard is over haar dappere mannen en zij zullen ontsteld zijn.

37

Een zwaard is over hun paarden en over hun wagens en over al het gemengde volk dat in haar midden is; en zij zullen worden als vrouwen; een zwaard is over haar schatten en zij zullen worden geplunderd.

38

Een droogte is over haar wateren en zij zullen uitdrogen; want het is een land van gesneden beelden en zij zijn dol op hun afgoden.

39

Daarom zullen de wilde dieren der woestijn met de wilde dieren der eilanden daar wonen, en de uilen zullen er wonen; en het zal voor eeuwig niet meer bewoond worden, noch van geslacht tot geslacht bewoond zijn.

40

Zoals God Sodom en Gomorra en haar naburige steden omgekeerd heeft, zegt de HEER, zo zal geen mens daar verblijven, noch enig mensenkind er wonen.