Jeremia 51:28
“Bereidt de volken met de koningen der Meden tegen haar, hun aanvoerders en al hun bestuurders, en het gehele land van zijn heerschappij.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 51 — omringende verzen
Ik zal ook met u de herder en zijn kudde in stukken slaan; en met u zal Ik de landbouwer en zijn span ossen in stukken slaan; en met u zal Ik aanvoerders en bestuurders in stukken slaan.
24En Ik zal Babel en alle inwoners van Chaldea vergelden al het kwaad dat zij in Sion hebben gedaan voor uw ogen, zegt de HEER.
25Zie, Ik ben tegen u, o verdervende berg, zegt de HEER, die de gehele aarde verwoest; en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken en u van de rotsen neerwentelen en u maken tot een verbrande berg.
26En men zal van u geen steen nemen voor een hoeksteen, noch een steen voor fundamenten; want gij zult voor eeuwig een woestenij zijn, zegt de HEER.
27Richt een banier op in het land, blaast de bazuin onder de volken, bereidt de volken tegen haar, roept de koninkrijken van Ararat, Minni en Askenaz tegen haar bijeen; stelt een aanvoerder tegen haar aan; laat de paarden optrekken als gevleugeld gedierte.
Bereidt de volken met de koningen der Meden tegen haar, hun aanvoerders en al hun bestuurders, en het gehele land van zijn heerschappij.
En het land zal beven en treuren; want elke raad van de HEER zal aan Babel voltrokken worden, om het land van Babel te maken tot een woestenij zonder inwoner.
30De machtige mannen van Babel hebben de strijd gestaakt, zij zijn in hun vestingen gebleven; hun kracht is uitgeput, zij zijn als vrouwen geworden; haar woningen zijn in brand gestoken, haar grendels zijn verbroken.
31De ene bode snelt de andere tegemoet, en de ene boodschapper de andere, om de koning van Babel te berichten dat zijn stad van alle kanten ingenomen is,
32En dat de doorgangen afgesneden zijn, en de rieten met vuur verbrand, en de krijgslieden bevreesd zijn.
33Want zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: De dochter van Babel is als een dorsvloer; het is tijd om haar te dorsen; nog een weinig tijd, en de tijd van haar oogst zal komen.