Jeremia 52:6
“En in de vierde maand, op de negende dag van de maand, was de honger zwaar in de stad, zodat er geen brood was voor het volk des lands.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 52 — omringende verzen
Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij begon te regeren, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Hamútal, de dochter van Jeremia uit Libna.
2En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, overeenkomstig alles wat Jojakim gedaan had.
3Want door de toorn van de HEER geschiedde het in Jeruzalem en Juda, totdat Hij hen van Zijn aangezicht had weggeworpen, dat Zedekia zich tegen de koning van Babel verzette.
4En het geschiedde in het negende jaar van zijn regering, in de tiende maand, op de tiende dag van de maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, met heel zijn leger tegen Jeruzalem optrok, het belegerde en er rondom belegeringswerken tegen oprichtte.
5Zo werd de stad belegerd tot het elfde jaar van koning Zedekia.
En in de vierde maand, op de negende dag van de maand, was de honger zwaar in de stad, zodat er geen brood was voor het volk des lands.
Toen werd de stad opengebroken en vluchtten alle krijgslieden en gingen 's nachts uit de stad weg langs de weg van de poort tussen de twee muren, die bij de tuin van de koning was; (de Chaldeeën nu lagen rondom de stad;) en zij gingen de weg van de vlakte.
8Maar het leger van de Chaldeeën vervolgde de koning en haalde Zedekia in op de vlakten van Jericho; en heel zijn leger werd van hem verstrooid.
9Toen namen zij de koning gevangen en voerden hem naar de koning van Babel, naar Ribla in het land Hamath; en hij velde vonnis over hem.
10En de koning van Babel doodde de zonen van Zedekia voor zijn ogen; hij doodde ook alle vorsten van Juda in Ribla.
11Daarna stak hij de ogen van Zedekia uit; en de koning van Babel bond hem in ketenen en voerde hem naar Babel en zette hem in de gevangenis tot de dag van zijn dood.