Terug naar Jeremia 8
VSV
Statenvertaling

Jeremia 8:9

De wijzen staan beschaamd, zij zijn ontzet en gevangen; zie, zij hebben het woord van de HEER verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 8 — omringende verzen

4

Bovendien zult gij tot hen zeggen: Zo zegt de HEER: Zullen zij vallen en niet opstaan? zal hij zich afkeren en niet terugkeren?

5

Waarom is dan dit volk van Jeruzalem afgevallen met een bestendige afval? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren terug te keren.

6

Ik luisterde aandachtig en hoorde, maar zij spraken niet recht; niemand berouwde zijn goddeloosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keerde zich naar zijn eigen weg, zoals het paard voortsnelt in de strijd.

7

Ja, de ooievaar aan de hemel kent zijn vaste tijden; en de tortelduif en de kraanvogel en de zwaluw nemen de tijd van hun komst in acht; maar Mijn volk kent het oordeel van de HEER niet.

8

Hoe kunt gij zeggen: Wij zijn wijs en de wet van de HEER is bij ons? Ziet, gewis tevergeefs heeft hij die gemaakt; de pen der schriftgeleerden schrijft tevergeefs.

9

De wijzen staan beschaamd, zij zijn ontzet en gevangen; zie, zij hebben het woord van de HEER verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen?

10

Daarom zal Ik hun vrouwen aan anderen geven, en hun akkers aan hen die hen zullen erven; want een ieder, van de kleinste tot de grootste, is aan gierigheid overgegeven; van de profeet tot de priester bedrijft een ieder bedrog.

11

Want zij hebben de wond van de dochter van Mijn volk oppervlakkig genezen, zeggende: Vrede, vrede; terwijl er geen vrede is.

12

Schaamden zij zich toen zij een gruwel hadden bedreven? Neen, zij schaamden zich gansch niet, noch konden zij blozen; daarom zullen zij vallen onder hen die vallen; ten tijde van hun bezoeking zullen zij worden neergeworpen, zegt de HEER.

13

Ik zal hen zeker te niet doen, zegt de HEER: er zullen geen druiven aan de wijnstok zijn, noch vijgen aan de vijgenboom, en het blad zal verwelken; en wat Ik hun gegeven heb zal van hen weggaan.

14

Waarom zitten wij stil? Vergadert u, en laat ons ingaan in de versterkte steden, en laat ons daar zwijgen; want de HEER onze God heeft ons tot zwijgen gebracht en ons galachtig water te drinken gegeven, omdat wij tegen de HEER gezondigd hebben.