Terug naar Jesaja 1
VSV
Statenvertaling

Jesaja 1:15

En wanneer gij uw handen uitbreidt, zal Ik Mijn ogen voor u verbergen; ja, wanneer gij vele gebeden doet, zal Ik niet horen; uw handen zijn vol bloed.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 1 — omringende verzen

10

Hoort het woord van de HEER, gij vorsten van Sodom; neemt ter ore de wet van onze God, gij volk van Gomorra.

11

Wat is Mij de menigte uwer offers? zegt de HEER: Ik ben verzadigd van de brandoffers van rammen en het vet van gemest vee; en Ik heb geen behagen in het bloed van stieren, van lammeren of van bokken.

12

Wanneer gij voor Mijn aangezicht verschijnt, wie heeft dit van uw hand gevraagd, dat gij Mijn voorhoven betreedt?

13

Brengt geen ijdele offeranden meer; reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe manen en sabbatten, het bijeenroepen van vergaderingen — Ik verdraag het niet; het is ongerechtigheid, zelfs de plechtige samenkomst.

14

Uw nieuwe manen en uw vastgestelde feesten haat Mijn ziel: zij zijn Mij een last; Ik ben moede ze te dragen.

15

En wanneer gij uw handen uitbreidt, zal Ik Mijn ogen voor u verbergen; ja, wanneer gij vele gebeden doet, zal Ik niet horen; uw handen zijn vol bloed.

16

Wast u, reinigt u; doet het kwaad van uw handelingen van voor Mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen;

17

Leert goed te doen; zoekt het recht, helpt de verdrukte, doet de wees recht, bepleit de zaak van de weduwe.

18

Komt nu, en laat ons tezamen reden, zegt de HEER: al zijn uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al zijn zij rood als karmozijn, zij zullen worden als wol.

19

Indien gij gewillig en gehoorzaam zijt, zult gij het goede van het land eten;

20

Maar indien gij weigert en weerspannig zijt, zult gij door het zwaard worden verteerd; want de mond van de HEER heeft het gesproken.