Jesaja 1:2
“Hoort, o hemelen, en neemt ter ore, o aarde: want de HEER heeft gesproken: Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij hebben zich tegen Mij verzet.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 1 — omringende verzen
Het visioen van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij aanschouwde aangaande Juda en Jeruzalem in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda.
Hoort, o hemelen, en neemt ter ore, o aarde: want de HEER heeft gesproken: Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij hebben zich tegen Mij verzet.
De os kent zijn eigenaar, en de ezel de krib van zijn meester; maar Israël kent het niet, Mijn volk beschouwt het niet.
4Wee dit zondige volk, een volk beladen met ongerechtigheid, een zaad van kwaaddoeners, kinderen die verderf brengen: zij hebben de HEER verlaten, zij hebben de Heilige Israëls tot toorn verwekt, zij zijn achterwaarts afgeweken.
5Waartoe zoudt gij nog geslagen worden? Gij zult steeds meer afvallen; het gehele hoofd is ziek en het gehele hart is mat.
6Van de voetzool tot het hoofd is er geen gezondheid in; maar wonden, striemen en etterbuilen: zij zijn niet gesloten, noch verbonden, noch met olie verzacht.
7Uw land is verwoest, uw steden zijn met vuur verbrand; uw land, vreemden verteren het voor uw ogen, en het is verwoest als door vreemden omgekeerd.