Terug naar Jesaja 13
VSV
Statenvertaling

Jesaja 13:11

En Ik zal de wereld bezoeken over haar boosheid, en de goddelozen over hun ongerechtigheid; en Ik zal de trotsheid der hovaardigen doen ophouden, en de hoogmoed der geweldigen vernederen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 13 — omringende verzen

6

Huilt, want de dag des HEREN is nabij; als een verwoesting van de Almachtige zal hij komen.

7

Daarom zullen alle handen verslagen zijn, en elk menselijk hart zal smelten.

8

En zij zullen bevreesd zijn; weeën en smarten zullen hen aangrijpen; zij zullen in pijn zijn als een barende vrouw; zij zullen verbijsterd naar elkander zien; hun aangezichten zullen zijn als vlammen.

9

Zie, de dag des HEREN komt, wreed, met verbolgenheid en brandende toorn, om het land tot een woestenij te maken; en Hij zal de zondaars daaruit verdelgen.

10

Want de sterren des hemels en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet geven; de zon zal verduisterd zijn bij haar opgang, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.

11

En Ik zal de wereld bezoeken over haar boosheid, en de goddelozen over hun ongerechtigheid; en Ik zal de trotsheid der hovaardigen doen ophouden, en de hoogmoed der geweldigen vernederen.

12

Ik zal een mens kostbaarder maken dan fijn goud, en een mens dan het goud van Ofir.

13

Daarom zal Ik de hemel doen beven, en de aarde zal bewogen worden uit haar plaats, door de verbolgenheid van de HEER der heerscharen, en in de dag van zijn brandende toorn.

14

En het zal zijn als een opgejaagd ree, en als een schaap dat niemand opneemt; een ieder zal zich wenden tot zijn eigen volk, en ieder zal vluchten naar zijn eigen land.

15

Ieder die gevonden wordt, zal worden doorstoken; en ieder die bij hen aansluit, zal door het zwaard vallen.

16

Ook hun kinderen zullen voor hun ogen verpletterd worden; hun huizen zullen worden geplunderd, en hun vrouwen geschonden.