Jesaja 13:7
“Daarom zullen alle handen verslagen zijn, en elk menselijk hart zal smelten.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 13 — omringende verzen
Heft een banier op op de hoge berg, verheft de stem tot hen, zwaait de hand, opdat zij de poorten der edelen binnengaan.
3Ik heb mijn geheiligden geboden, Ik heb ook mijn helden geroepen voor mijn toorn, ja hen die jubelen in mijn hoogheid.
4Er is een gedreun van een menigte op de gebergten, als van een groot volk; een woelend gedruis van koninkrijken der volken, vergaderd bijeen; de HEER der heerscharen rost het heir des strijds.
5Zij komen uit een ver land, van het einde des hemels, de HEER zelfs en de wapenen zijner gramschap, om het ganse land te verderven.
6Huilt, want de dag des HEREN is nabij; als een verwoesting van de Almachtige zal hij komen.
Daarom zullen alle handen verslagen zijn, en elk menselijk hart zal smelten.
En zij zullen bevreesd zijn; weeën en smarten zullen hen aangrijpen; zij zullen in pijn zijn als een barende vrouw; zij zullen verbijsterd naar elkander zien; hun aangezichten zullen zijn als vlammen.
9Zie, de dag des HEREN komt, wreed, met verbolgenheid en brandende toorn, om het land tot een woestenij te maken; en Hij zal de zondaars daaruit verdelgen.
10Want de sterren des hemels en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet geven; de zon zal verduisterd zijn bij haar opgang, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.
11En Ik zal de wereld bezoeken over haar boosheid, en de goddelozen over hun ongerechtigheid; en Ik zal de trotsheid der hovaardigen doen ophouden, en de hoogmoed der geweldigen vernederen.
12Ik zal een mens kostbaarder maken dan fijn goud, en een mens dan het goud van Ofir.