Terug naar Jesaja 14
VSV
Statenvertaling

Jesaja 14:20

Gij zult niet met hen verenigd worden in de begrafenis, want gij hebt uw land verdorven en uw volk gedood; het zaad der boosdoeners zal nooit vermaard zijn.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 14 — omringende verzen

15

Nochtans zult gij neergedaald worden in het dodenrijk, in de zijden van de put.

16

Die u zien, zullen u aanstaren en u aandachtig beschouwen, zeggende: Is dit de man die de aarde deed beven, die koninkrijken deed schudden;

17

Die de wereld tot een woestenij maakte, en haar steden verwoestte; die zijn gevangenen niet naar huis liet keren?

18

Alle koningen der volken, ja allen tezamen, liggen in eer, een ieder in zijn eigen huis.

19

Maar gij zijt uit uw graf geworpen als een verachtelijke scheut, en als het kleed van hen die verslagen zijn, doorstoken met het zwaard, die neerdalen in de stenen van de put; als een vertrapt dood lichaam.

20

Gij zult niet met hen verenigd worden in de begrafenis, want gij hebt uw land verdorven en uw volk gedood; het zaad der boosdoeners zal nooit vermaard zijn.

21

Bereidt de slachting voor zijn kinderen vanwege de ongerechtigheid van hun vaders; opdat zij niet opstaan, noch het land bezitten, noch het aardoppervlak met steden vervullen.

22

Want Ik zal tegen hen opstaan, spreekt de HEER der heerscharen, en Ik zal uit Babel uitroeien de naam en het overblijfsel, en de zoon en de kleinzoon, spreekt de HEER.

23

Ik zal het ook maken tot een bezitting van de roerdomp en tot poelen van water; en Ik zal het wegvegen met de bezem der verwoesting, spreekt de HEER der heerscharen.

24

De HEER der heerscharen heeft gezworen, zeggende: Voorwaar, gelijk als Ik gedacht heb, zo zal het geschieden; en gelijk als Ik voorgenomen heb, zo zal het bestaan:

25

Dat Ik de Assyriër in mijn land verbreken zal, en op mijn gebergten hem vertreden zal; dan zal zijn juk van hen wijken, en zijn last zal van hun schouders afwijken.