Terug naar Jesaja 14
VSV
Statenvertaling

Jesaja 14:7

De ganse aarde heeft rust en is stil; zij breken uit in gejubel.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 14 — omringende verzen

2

En de volken zullen hen nemen en naar hun plaats brengen; en het huis Israëls zal hen bezitten in het land des HEREN tot knechten en dienstmaagden; en zij zullen hen gevangen nemen die hun gevangenen waren; en zij zullen heersen over hun onderdrukkers.

3

En het zal geschieden op de dag waarop de HEER u rust geven zal van uw smart, en van uw vrees, en van de harde dienstbaarheid waarin gij gedwongen werd te dienen,

4

Dat gij deze spreuk opheffen zult tegen de koning van Babel, en zeggen: Hoe is de onderdrukker opgehouden, de gouden stad opgehouden!

5

De HEER heeft de staf der goddelozen gebroken, de schepter der heersers.

6

Hij die de volken sloeg in toorn met een aanhoudende slag, die de naties regeerde in gramschap, wordt vervolgd, en niemand weerhoudt het.

7

De ganse aarde heeft rust en is stil; zij breken uit in gejubel.

8

Ja, de sparren verblijden zich over u, en de ceders van Libanon, zeggende: Sedert gij neergelegd zijt, is er geen houthakker meer tegen ons opgekomen.

9

Het dodenrijk van beneden is in beroering om u te ontmoeten bij uw komst; het wekt voor u de doden op, alle vorsten der aarde; het doet alle koningen der volken van hun tronen opstaan.

10

Allen zullen zij spreken en tot u zeggen: Zijt ook gij zo zwak geworden als wij? Zijt gij aan ons gelijk geworden?

11

Uw pracht is neergedaald in het graf, en het geklank van uw luiten; de worm is onder u gespreid, en de wormen bedekken u.

12

Hoe zijt gij gevallen uit de hemel, o Lucifer, zoon des dageraads! Hoe zijt gij ter aarde geveld, gij die de volken verzwakte!