Jesaja 21:16
“Want zo heeft de HEER tot mij gezegd: Binnen een jaar, naar de jaren van een dagloner gerekend, zal al de heerlijkheid van Kedar vergaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 21 — omringende verzen
De last van Duma. Hij roept tot mij uit Seïr: Wachter, hoe ver is de nacht? Wachter, hoe ver is de nacht?
12De wachter zeide: De morgen komt, en ook de nacht; indien gij vragen wilt, vraagt; keert terug, komt.
13De last over Arabië. In het woud in Arabië zult gij overnachten, o gij reizende gezelschappen van Dedaniten.
14De inwoners van het land Tema brachten water aan hem die dorstig was; zij kwamen met brood hem tegemoet die vluchtte.
15Want zij waren gevlucht voor de zwaarden, voor het getrokken zwaard en voor de gespannen boog, en voor de hevigheid van de oorlog.
Want zo heeft de HEER tot mij gezegd: Binnen een jaar, naar de jaren van een dagloner gerekend, zal al de heerlijkheid van Kedar vergaan.
En het overblijfsel van het getal der boogschutters, de dappere mannen van de zonen van Kedar, zal verminderd worden; want de HEER, de God van Israël, heeft het gesproken.