Terug naar Jesaja 21
VSV
Statenvertaling

Jesaja 21:6

Want zo heeft de HEER tot mij gezegd: Gaat heen, stelt een wachter aan; laat hij verkondigen wat hij ziet.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 21 — omringende verzen

1

De last van de woestijn der zee. Zoals wervelwinden in het zuiden doortrekken, zo komt het uit de woestijn, uit een vreselijk land.

2

Een zwaar gezicht is mij geopenbaard; de trouweloze handelt trouweloos, en de verwoester verwoest. Trek op, o Elam; belegert, o Medië; al zijn gezucht heb Ik doen ophouden.

3

Daarom zijn mijn lendenen vol van pijn; weeën hebben mij aangegrepen, als de weeën van een vrouw die baart; ik was gebogen bij het horen ervan; ik was verbijsterd bij het zien ervan.

4

Mijn hart klopte snel, verschrikking beving mij; de nacht van mijn vreugde heeft Hij voor mij in vrees veranderd.

5

Bereidt de tafel, waakt op de wachttoren, eet, drinkt; staat op, gij vorsten, en zalft het schild.

6

Want zo heeft de HEER tot mij gezegd: Gaat heen, stelt een wachter aan; laat hij verkondigen wat hij ziet.

7

En hij zag een wagen met een span ruiters, een wagen van ezels en een wagen van kamelen; en hij luisterde aandachtig met grote oplettendheid.

8

En hij riep: Een leeuw! Mijn heer, ik sta voortdurend op de wachttoren overdag, en ik ben de gehele nacht op mijn post gesteld.

9

En zie, hier komt een wagen van mannen met een span ruiters. En hij antwoordde en zeide: Babel is gevallen, is gevallen; en alle gesneden beelden van haar goden heeft hij ter aarde gebroken.

10

O mijn gedorste koren, en het graan van mijn dorsvloer; hetgeen ik van de HEER der heerscharen, de God van Israël, gehoord heb, heb ik u verkondigd.

11

De last van Duma. Hij roept tot mij uit Seïr: Wachter, hoe ver is de nacht? Wachter, hoe ver is de nacht?