Terug naar Jesaja 26
VSV
Statenvertaling

Jesaja 26:16

HEER, in benauwdheid hebben zij U gezocht, zij stortten een gebed uit toen Uw tuchtiging op hen rustte.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 26 — omringende verzen

11

HEER, wanneer Uw hand omhoog is geheven, zien zij het niet; maar zij zullen het zien en beschaamd worden vanwege hun afgunst jegens het volk; ja, het vuur van Uw vijanden zal hen verteren.

12

HEER, U zult vrede voor ons bereiden; want ook al onze werken hebt U in ons gewrocht.

13

O HEER onze God, andere heren dan U hebben over ons geheerst; maar door U alleen zullen wij Uw naam gedenken.

14

Zij zijn dood, zij zullen niet leven; zij zijn gestorven, zij zullen niet opstaan; daarom hebt U hen bezocht en vernietigd, en al hun gedachtenis doen vergaan.

15

U hebt het volk vermenigvuldigd, o HEER, U hebt het volk vermenigvuldigd; U bent verheerlijkt; U hebt het ver weggedreven naar alle einden der aarde.

16

HEER, in benauwdheid hebben zij U gezocht, zij stortten een gebed uit toen Uw tuchtiging op hen rustte.

17

Zoals een zwangere vrouw die haar tijd van baren nadert, in pijn is en uitroept in haar weeën; zo zijn wij geweest voor Uw aangezicht, o HEER.

18

Wij waren zwanger, wij waren in pijn, wij hebben als het ware wind gebaard; wij hebben geen verlossing op aarde gewrocht; en de bewoners der wereld zijn niet gevallen.

19

Uw doden zullen leven; samen met mijn dood lichaam zullen zij opstaan. Ontwaak en jubel, gij die in het stof woont; want Uw dauw is als de dauw der kruiden, en de aarde zal de doden uitwerpen.

20

Kom, mijn volk, ga uw kamers binnen en sluit uw deuren achter u; verberg u een klein ogenblik, totdat de gramschap voorbijgegaan is.

21

Want zie, de HEER gaat uit zijn woonplaats om de bewoners der aarde te straffen voor hun ongerechtigheid; de aarde zal ook haar bloed openbarenbaar maken, en zal haar verslagenen niet langer bedekken.