Terug naar Jesaja 28
VSV
Statenvertaling

Jesaja 28:11

Want met stammerende lippen en een vreemde tong zal Hij tot dit volk spreken.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 28 — omringende verzen

6

En tot een geest van gerechtigheid voor hem die in het gericht zit, en tot een kracht voor hen die de strijd terugdringen naar de poort.

7

Maar ook dezen dwalen door wijn, en zijn door sterke drank op een dwaalspoor; de priester en de profeet dwalen door sterke drank, zij worden overweldigd door wijn, zij zijn op een dwaalspoor door sterke drank; zij dwalen in het visioen, zij struikelen in het oordeel.

8

Want alle tafels zijn vol van uitbraaksel en vuilheid, zodat er geen schone plaats is.

9

Wien zal Hij kennis leren? en wien zal Hij de boodschap doen verstaan? Degenen die van de melk gespend zijn, die van de borsten zijn weggehaald.

10

Want het is gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, en daar een weinig.

11

Want met stammerende lippen en een vreemde tong zal Hij tot dit volk spreken.

12

Tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust waarmee gij de vermoeide kunt laten rusten; en dit is de verkwikking; maar zij wilden niet horen.

13

Maar het woord van de HEER was hun gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, en daar een weinig; opdat zij zouden gaan en achterover vallen, en gebroken worden, en verstrikt en gevangen worden.

14

Hoor daarom het woord van de HEER, gij spotters die over dit volk in Jeruzalem heerschappij voert.

15

Omdat gij gezegd hebt: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij een overeenkomst aangegaan; wanneer de overstromende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken; want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.

16

Daarom, zo zegt de Heer HEER: Zie, Ik leg in Sion een grondsteen, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, een vast fundament; wie gelooft, zal niet haasten.