Terug naar Jesaja 28
VSV
Statenvertaling

Jesaja 28:15

Omdat gij gezegd hebt: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij een overeenkomst aangegaan; wanneer de overstromende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken; want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 28 — omringende verzen

10

Want het is gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, en daar een weinig.

11

Want met stammerende lippen en een vreemde tong zal Hij tot dit volk spreken.

12

Tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust waarmee gij de vermoeide kunt laten rusten; en dit is de verkwikking; maar zij wilden niet horen.

13

Maar het woord van de HEER was hun gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, en daar een weinig; opdat zij zouden gaan en achterover vallen, en gebroken worden, en verstrikt en gevangen worden.

14

Hoor daarom het woord van de HEER, gij spotters die over dit volk in Jeruzalem heerschappij voert.

15

Omdat gij gezegd hebt: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij een overeenkomst aangegaan; wanneer de overstromende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken; want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.

16

Daarom, zo zegt de Heer HEER: Zie, Ik leg in Sion een grondsteen, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, een vast fundament; wie gelooft, zal niet haasten.

17

En Ik zal het recht tot een meetlint stellen, en de gerechtigheid tot een paslood; en de hagel zal de toevlucht der leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overspoelen.

18

En uw verbond met de dood zal verbroken worden, en uw overeenkomst met het dodenrijk zal niet bestaan; wanneer de overstromende gesel doortrekt, dan zult gij daardoor vertrapt worden.

19

Van de tijd dat hij uittrekt, zal hij u grijpen; want morgen aan morgen zal hij doortrekken, bij dag en bij nacht; en het zal alleen een schrik zijn het bericht te verstaan.

20

Want het bed is te kort om zich erop uit te strekken, en de deken te smal om zich erin te wikkelen.