Terug naar Jesaja 37
VSV
Statenvertaling

Jesaja 37:32

Want uit Jeruzalem zal een overblijfsel uitgaan, en uit de berg Sion zij die ontkomen zijn; de ijver van de HEER der heerscharen zal dit doen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 37 — omringende verzen

27

Daarom waren hun inwoners van geringe kracht, zij waren ontsteld en beschaamd; zij waren als het gras des velds, en als het groene kruid, als het gras op de daken, en als koren door de oostenwind verdord voor het opgeschoten is.

28

Maar ik ken uw verblijfplaats, en uw uitgaan en uw ingaan, en uw woede tegen Mij.

29

Omdat uw woede tegen Mij en uw getier Mijn oren bereikt hebben, zal Ik Mijn haak in uw neus leggen en Mijn toom in uw lippen, en Ik zal u terugkeren langs de weg waarlangs gij gekomen zijt.

30

En dit zal u een teken zijn: dit jaar zult gij eten wat vanzelf opkomt, en het tweede jaar wat daaruit spruit; maar in het derde jaar, zaai en oogst, plant wijngaarden en eet de vrucht daarvan.

31

En het overblijfsel van het huis van Juda dat ontkomen is, zal wederom wortel schieten naar beneden en vrucht dragen naar boven.

32

Want uit Jeruzalem zal een overblijfsel uitgaan, en uit de berg Sion zij die ontkomen zijn; de ijver van de HEER der heerscharen zal dit doen.

33

Daarom zegt de HEER aldus over de koning van Assyrië: Hij zal niet in deze stad komen, noch daar een pijl afschieten, noch voor haar verschijnen met schilden, noch een wal tegen haar opwerpen.

34

Op de weg waarlangs hij gekomen is, langs dezelfde zal hij terugkeren, en hij zal niet in deze stad komen, zegt de HEER.

35

Want Ik zal deze stad verdedigen om haar te behouden, om Mijnent­wil en om de wil van Mijn knecht David.

36

Toen trok de engel van de HEER uit en sloeg in het leger der Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man; en toen men 's morgens vroeg opstond, zie, zij waren alle dode lichamen.

37

Zo vertrok Sanherib, de koning van Assyrië, en trok weg en keerde terug, en hij bleef te Ninevé.