Jesaja 40:21
“Hebt gij het niet geweten? Hebt gij het niet gehoord? Is het u niet van den beginne verkondigd? Hebt gij niet begrepen van de grondvesten der aarde af?”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 40 — omringende verzen
En de Libanon is niet toereikend om te branden, noch zijn beesten voldoende voor een brandoffer.
17Alle volken zijn als niets voor Hem, en zij worden door Hem gerekend als minder dan niets en als ijdelheid.
18Met wie zult gij dan God vergelijken, of welke gelijkenis zult gij met Hem vergelijken?
19De werkman smelt een gesneden beeld, en de goudsmid overtekt het met goud en giet zilveren kettingen.
20Hij die zo arm is dat hij geen offer heeft, kiest een boom die niet rot; hij zoekt voor zich een bekwaam werkman om een gesneden beeld te maken dat niet wankelt.
Hebt gij het niet geweten? Hebt gij het niet gehoord? Is het u niet van den beginne verkondigd? Hebt gij niet begrepen van de grondvesten der aarde af?
Het is Hij Die troont boven de kring der aarde, en haar inwoners zijn als sprinkhanen; Die de hemelen uitbreidt als een gordijn en ze uitspant als een tent om in te wonen;
23Die de vorsten tot niets brengt; Hij maakt de rechters der aarde tot ijdelheid.
24Ja, zij worden niet geplant; ja, zij worden niet gezaaid; ja, hun stam schiet geen wortel in de aarde, en ook blaast Hij op hen, en zij verdorren, en de wervelwind voert hen weg als stoppels.
25Met wie zult gij Mij dan vergelijken, of wie zou Mij gelijk zijn? zegt de Heilige.
26Heft uw ogen omhoog en ziet: wie heeft deze dingen geschapen? Hij Die hun heir naar getal naar buiten leidt, Hij roept hen allen bij naam; door de grootheid Zijner kracht, omdat Hij sterk is van vermogen, ontbreekt er niet één.