Jesaja 40:26
“Heft uw ogen omhoog en ziet: wie heeft deze dingen geschapen? Hij Die hun heir naar getal naar buiten leidt, Hij roept hen allen bij naam; door de grootheid Zijner kracht, omdat Hij sterk is van vermogen, ontbreekt er niet één.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 40 — omringende verzen
Hebt gij het niet geweten? Hebt gij het niet gehoord? Is het u niet van den beginne verkondigd? Hebt gij niet begrepen van de grondvesten der aarde af?
22Het is Hij Die troont boven de kring der aarde, en haar inwoners zijn als sprinkhanen; Die de hemelen uitbreidt als een gordijn en ze uitspant als een tent om in te wonen;
23Die de vorsten tot niets brengt; Hij maakt de rechters der aarde tot ijdelheid.
24Ja, zij worden niet geplant; ja, zij worden niet gezaaid; ja, hun stam schiet geen wortel in de aarde, en ook blaast Hij op hen, en zij verdorren, en de wervelwind voert hen weg als stoppels.
25Met wie zult gij Mij dan vergelijken, of wie zou Mij gelijk zijn? zegt de Heilige.
Heft uw ogen omhoog en ziet: wie heeft deze dingen geschapen? Hij Die hun heir naar getal naar buiten leidt, Hij roept hen allen bij naam; door de grootheid Zijner kracht, omdat Hij sterk is van vermogen, ontbreekt er niet één.
Waarom zegt gij, o Jakob, en spreekt gij, o Israël: Mijn weg is voor de HEER verborgen, en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?
28Hebt gij het niet geweten, hebt gij het niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEER, de Schepper van de einden der aarde, niet flauw noch moede wordt? Zijn verstand is ondoorgrondelijk.
29Hij geeft de flauwgewordene kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte diens die geen krachten heeft.
30Zelfs de jongelingen worden flauw en worden moede, en de jonge mannen struikelen zwaar;
31Maar wie de HEER verwachten, zullen hun kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugels als arenden; zij zullen lopen en niet moede worden, zij zullen wandelen en niet flauw worden.