Terug naar Jesaja 41
VSV
Statenvertaling

Jesaja 41:6

Zij hielpen ieder zijn naaste, en ieder zeide tot zijn broeder: Wees moedig.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 41 — omringende verzen

1

Zwijgt voor Mij, gij eilanden, en laat de volken hun kracht vernieuwen; laat hen nader komen, dan laat hen spreken; laat ons samen tot het gericht naderen.

2

Wie heeft de rechtvaardige uit het oosten verwekt, hem geroepen tot Zijn voet, de volken voor hem gegeven en hem over koningen doen heersen? Hij heeft hen gegeven als stof voor zijn zwaard en als verstuivende stoppels voor zijn boog.

3

Hij jaagde hen na en ging veilig door, langs een pad dat hij met zijn voeten niet gegaan was.

4

Wie heeft dit bewerkt en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEER, de Eerste, en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.

5

De eilanden zagen het en vreesden; de einden der aarde beefden, zij naderden en kwamen.

6

Zij hielpen ieder zijn naaste, en ieder zeide tot zijn broeder: Wees moedig.

7

Zo bemoedigde de timmerman de goudsmid, en hij die met de hamer glad maakt hem die op het aambeeld slaat, zeggende: Het is goed om te solderen; en hij bevestigde het met spijkers, opdat het niet wankele.

8

Maar gij, Israël, zijt Mijn knecht, Jakob, dien Ik verkozen heb, het zaad van Abraham, Mijn vriend.

9

Gij, dien Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen heb van haar hoeken, en tot wie Ik gezegd heb: Gij zijt Mijn knecht, Ik heb u verkozen en u niet verworpen.

10

Vrees niet, want Ik ben met u; wees niet verschrikt, want Ik ben uw God; Ik zal u sterken, ja, Ik zal u helpen, ja, Ik zal u vasthouden met de rechterhand Mijner gerechtigheid.

11

Zie, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen die tegen u ontstoken zijn; zij zullen zijn als niets, en de mannen die met u twisten, zullen vergaan.