Terug naar Jesaja 41
VSV
Statenvertaling

Jesaja 41:10

Vrees niet, want Ik ben met u; wees niet verschrikt, want Ik ben uw God; Ik zal u sterken, ja, Ik zal u helpen, ja, Ik zal u vasthouden met de rechterhand Mijner gerechtigheid.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 41 — omringende verzen

5

De eilanden zagen het en vreesden; de einden der aarde beefden, zij naderden en kwamen.

6

Zij hielpen ieder zijn naaste, en ieder zeide tot zijn broeder: Wees moedig.

7

Zo bemoedigde de timmerman de goudsmid, en hij die met de hamer glad maakt hem die op het aambeeld slaat, zeggende: Het is goed om te solderen; en hij bevestigde het met spijkers, opdat het niet wankele.

8

Maar gij, Israël, zijt Mijn knecht, Jakob, dien Ik verkozen heb, het zaad van Abraham, Mijn vriend.

9

Gij, dien Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen heb van haar hoeken, en tot wie Ik gezegd heb: Gij zijt Mijn knecht, Ik heb u verkozen en u niet verworpen.

10

Vrees niet, want Ik ben met u; wees niet verschrikt, want Ik ben uw God; Ik zal u sterken, ja, Ik zal u helpen, ja, Ik zal u vasthouden met de rechterhand Mijner gerechtigheid.

11

Zie, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen die tegen u ontstoken zijn; zij zullen zijn als niets, en de mannen die met u twisten, zullen vergaan.

12

Gij zult hen zoeken, maar zult hen niet vinden, namelijk de mannen die met u twist hadden; zij die tegen u oorlog voeren, zullen zijn als niets en als een nietigheid.

13

Want Ik, de HEER uw God, houd uw rechterhand vast, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

14

Vrees niet, gij worm Jakobs, gij mannen van Israël; Ik help u, spreekt de HEER, en uw Verlosser is de Heilige Israëls.

15

Zie, Ik maak u tot een nieuw scherp dorsvoorwerp, met tanden voorzien; gij zult de bergen dorsen en vermalen, en de heuvels zult gij maken als kaf.