Jesaja 42:11
“Laat de woestijn en haar steden hun stem verheffen, de dorpen die Kedar bewoont; laat de bewoners der steenrotsen juichen, laat hen roepen van de top der bergen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 42 — omringende verzen
Ik, de HEER, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal Uw hand vasthouden en U behoeden, en Ik zal U geven tot een verbond des volks, tot een licht der volken,
7Om blinde ogen te openen, om gevangenen uit te leiden uit de kerker, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten.
8Ik ben de HEER, dat is Mijn Naam, en Mijn eer zal Ik aan een ander niet geven, noch Mijn lof aan gesneden beelden.
9Zie, de eerste dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; voordat zij uitspruiten, doe Ik ze u horen.
10Zingt de HEER een nieuw lied, en Zijn lof van het einde der aarde, gij die ter zee vaart en al wat daarin is, de eilanden en hun inwoners.
Laat de woestijn en haar steden hun stem verheffen, de dorpen die Kedar bewoont; laat de bewoners der steenrotsen juichen, laat hen roepen van de top der bergen.
Laat hen de HEER eer geven en Zijn lof verkondigen op de eilanden.
13De HEER zal uittrekken als een held, Hij zal ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal schreeuwen, ja, brullen; Hij zal Zich mannelijk bewijzen tegen Zijn vijanden.
14Ik heb lang gezwegen, Ik ben stil geweest en heb Mij ingehouden; nu zal Ik schreeuwen als een barende vrouw, Ik zal verwoesten en te zamen verslinden.
15Ik zal bergen en heuvels woest maken, en al hun kruiden verdorren; Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de waterpoelen zal Ik doen uitdrogen.
16En Ik zal de blinden leiden op een weg die zij niet kennen; Ik zal hen doen gaan op paden die zij niet gekend hebben. Ik zal de duisternis voor hen tot licht maken, en het kromme recht. Deze dingen zal Ik hun doen, en hen niet verlaten.