Terug naar Jesaja 42
VSV
Statenvertaling

Jesaja 42:15

Ik zal bergen en heuvels woest maken, en al hun kruiden verdorren; Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de waterpoelen zal Ik doen uitdrogen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 42 — omringende verzen

10

Zingt de HEER een nieuw lied, en Zijn lof van het einde der aarde, gij die ter zee vaart en al wat daarin is, de eilanden en hun inwoners.

11

Laat de woestijn en haar steden hun stem verheffen, de dorpen die Kedar bewoont; laat de bewoners der steenrotsen juichen, laat hen roepen van de top der bergen.

12

Laat hen de HEER eer geven en Zijn lof verkondigen op de eilanden.

13

De HEER zal uittrekken als een held, Hij zal ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal schreeuwen, ja, brullen; Hij zal Zich mannelijk bewijzen tegen Zijn vijanden.

14

Ik heb lang gezwegen, Ik ben stil geweest en heb Mij ingehouden; nu zal Ik schreeuwen als een barende vrouw, Ik zal verwoesten en te zamen verslinden.

15

Ik zal bergen en heuvels woest maken, en al hun kruiden verdorren; Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de waterpoelen zal Ik doen uitdrogen.

16

En Ik zal de blinden leiden op een weg die zij niet kennen; Ik zal hen doen gaan op paden die zij niet gekend hebben. Ik zal de duisternis voor hen tot licht maken, en het kromme recht. Deze dingen zal Ik hun doen, en hen niet verlaten.

17

Zij zullen teruggedreven worden, zij zullen zeer beschaamd worden, die op gesneden beelden vertrouwen, die tot gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden.

18

Hoort, gij doven; en kijkt, gij blinden, opdat gij zien moogt.

19

Wie is blind, dan Mijn dienaar? Of doof, als Mijn bode die Ik zend? Wie is blind als hij die volmaakt is, en blind als de dienaar des HEREN?

20

Gij ziet vele dingen, maar gij neemt ze niet waar; oren zijn geopend, maar hij hoort niet.