Terug naar Jesaja 42
VSV
Statenvertaling

Jesaja 42:19

Wie is blind, dan Mijn dienaar? Of doof, als Mijn bode die Ik zend? Wie is blind als hij die volmaakt is, en blind als de dienaar des HEREN?

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 42 — omringende verzen

14

Ik heb lang gezwegen, Ik ben stil geweest en heb Mij ingehouden; nu zal Ik schreeuwen als een barende vrouw, Ik zal verwoesten en te zamen verslinden.

15

Ik zal bergen en heuvels woest maken, en al hun kruiden verdorren; Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de waterpoelen zal Ik doen uitdrogen.

16

En Ik zal de blinden leiden op een weg die zij niet kennen; Ik zal hen doen gaan op paden die zij niet gekend hebben. Ik zal de duisternis voor hen tot licht maken, en het kromme recht. Deze dingen zal Ik hun doen, en hen niet verlaten.

17

Zij zullen teruggedreven worden, zij zullen zeer beschaamd worden, die op gesneden beelden vertrouwen, die tot gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden.

18

Hoort, gij doven; en kijkt, gij blinden, opdat gij zien moogt.

19

Wie is blind, dan Mijn dienaar? Of doof, als Mijn bode die Ik zend? Wie is blind als hij die volmaakt is, en blind als de dienaar des HEREN?

20

Gij ziet vele dingen, maar gij neemt ze niet waar; oren zijn geopend, maar hij hoort niet.

21

De HEER heeft er welbehagen in, om Zijn gerechtigheid; Hij zal de wet groot en heerlijk maken.

22

Maar dit is een volk, beroofd en geplunderd; zij zijn allen verstrikt in holen, en verborgen in gevangenhuizen. Zij zijn tot een prooi geworden, en er is niemand die redt; tot een roof, en er is niemand die zegt: Geef terug.

23

Wie onder u zal hierop het oor lenen? Wie zal opletten en in het vervolg horen?

24

Wie heeft Jakob overgegeven tot een roof, en Israël aan de plunderaars? Is het niet de HEER, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet in Zijn wegen wandelen, en waren Zijn wet niet gehoorzaam.