Jesaja 42:24
“Wie heeft Jakob overgegeven tot een roof, en Israël aan de plunderaars? Is het niet de HEER, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet in Zijn wegen wandelen, en waren Zijn wet niet gehoorzaam.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 42 — omringende verzen
Wie is blind, dan Mijn dienaar? Of doof, als Mijn bode die Ik zend? Wie is blind als hij die volmaakt is, en blind als de dienaar des HEREN?
20Gij ziet vele dingen, maar gij neemt ze niet waar; oren zijn geopend, maar hij hoort niet.
21De HEER heeft er welbehagen in, om Zijn gerechtigheid; Hij zal de wet groot en heerlijk maken.
22Maar dit is een volk, beroofd en geplunderd; zij zijn allen verstrikt in holen, en verborgen in gevangenhuizen. Zij zijn tot een prooi geworden, en er is niemand die redt; tot een roof, en er is niemand die zegt: Geef terug.
23Wie onder u zal hierop het oor lenen? Wie zal opletten en in het vervolg horen?
Wie heeft Jakob overgegeven tot een roof, en Israël aan de plunderaars? Is het niet de HEER, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet in Zijn wegen wandelen, en waren Zijn wet niet gehoorzaam.
Daarom heeft Hij over hem uitgestort de grimmigheid van Zijn toorn, en de macht van de oorlog; en deze heeft hem rondom in vlam gezet, maar hij bemerkte het niet; en zij brandde hem, maar hij nam het niet ter harte.