Jesaja 45:1
“Zo zegt de HEER tot Zijn gezalfde, tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb, om volken voor hem neer te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontgorden, om voor hem de dubbele poorten te openen; en de poorten zullen niet gesloten worden;”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 45 — omringende verzen
Zo zegt de HEER tot Zijn gezalfde, tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb, om volken voor hem neer te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontgorden, om voor hem de dubbele poorten te openen; en de poorten zullen niet gesloten worden;
Ik zal voor u uitgaan en de kronkelpaden recht maken: Ik zal de koperen poorten in stukken breken en de ijzeren grendels doorkappen;
3En Ik zal u de schatten der duisternis geven en de verborgen rijkdommen der geheime plaatsen, opdat gij weet dat Ik, de HEER, die u bij uw naam roept, de God van Israël ben.
4Ter wille van Jakob, Mijn knecht, en Israël, Mijn uitverkorene, heb Ik u zelfs bij uw naam geroepen; Ik heb u een erenaam gegeven, hoewel gij Mij niet kende.
5Ik ben de HEER, en er is geen ander, er is geen God naast Mij: Ik heb u omgord, hoewel gij Mij niet kende;
6Opdat men van de opgang der zon en van het westen weet dat er geen ander is naast Mij. Ik ben de HEER, en er is geen ander.