Terug naar Jesaja 45
VSV
Statenvertaling

Jesaja 45:6

Opdat men van de opgang der zon en van het westen weet dat er geen ander is naast Mij. Ik ben de HEER, en er is geen ander.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 45 — omringende verzen

1

Zo zegt de HEER tot Zijn gezalfde, tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb, om volken voor hem neer te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontgorden, om voor hem de dubbele poorten te openen; en de poorten zullen niet gesloten worden;

2

Ik zal voor u uitgaan en de kronkelpaden recht maken: Ik zal de koperen poorten in stukken breken en de ijzeren grendels doorkappen;

3

En Ik zal u de schatten der duisternis geven en de verborgen rijkdommen der geheime plaatsen, opdat gij weet dat Ik, de HEER, die u bij uw naam roept, de God van Israël ben.

4

Ter wille van Jakob, Mijn knecht, en Israël, Mijn uitverkorene, heb Ik u zelfs bij uw naam geroepen; Ik heb u een erenaam gegeven, hoewel gij Mij niet kende.

5

Ik ben de HEER, en er is geen ander, er is geen God naast Mij: Ik heb u omgord, hoewel gij Mij niet kende;

6

Opdat men van de opgang der zon en van het westen weet dat er geen ander is naast Mij. Ik ben de HEER, en er is geen ander.

7

Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het onheil; Ik, de HEER, doe al deze dingen.

8

Druppelt neer, gij hemelen, van boven, en laat de wolken gerechtigheid vloeien; laat de aarde zich openen en laat haar redding voortbrengen, en laat gerechtigheid tegelijk opspruiten; Ik, de HEER, heb haar geschapen.

9

Wee hem die twist met zijn Maker! Laat de potscherf twisten met de potscherven der aarde. Zal het leem tot hem die het vormt zeggen: Wat maakt gij? of uw werk: Hij heeft geen handen?

10

Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? of tot de vrouw: Wat baart gij?

11

Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.