Jesaja 45:11
“Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 45 — omringende verzen
Opdat men van de opgang der zon en van het westen weet dat er geen ander is naast Mij. Ik ben de HEER, en er is geen ander.
7Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het onheil; Ik, de HEER, doe al deze dingen.
8Druppelt neer, gij hemelen, van boven, en laat de wolken gerechtigheid vloeien; laat de aarde zich openen en laat haar redding voortbrengen, en laat gerechtigheid tegelijk opspruiten; Ik, de HEER, heb haar geschapen.
9Wee hem die twist met zijn Maker! Laat de potscherf twisten met de potscherven der aarde. Zal het leem tot hem die het vormt zeggen: Wat maakt gij? of uw werk: Hij heeft geen handen?
10Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? of tot de vrouw: Wat baart gij?
Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.
Ik heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen; Ik, zelfs Mijn handen, heb de hemelen uitgestrekt en al hun heer heb Ik geboden.
13Ik heb hem gewekt in gerechtigheid en Ik zal al zijn wegen recht maken; hij zal Mijn stad bouwen en Mijn gevangenen laten gaan, niet voor prijs noch voor geschenk, zegt de HEER der heerscharen.
14Zo zegt de HEER: De arbeid van Egypte en de koopwaar van Ethiopië en van de Sabeërs, mannen van grote gestalte, zullen tot u overkomen en de uwen zijn; zij zullen u navolgen; in boeien zullen zij overkomen, en zij zullen zich voor u neerbuigen, zij zullen u smeken, zeggende: Waarlijk, God is in u, en er is geen ander, er is geen God.
15Voorwaar, Gij zijt een God die Zich verbergt, o God van Israël, de Heiland.
16Zij zullen beschaamd en ook te schande worden, allen tezamen; zij zullen tezamen te schande gaan die makers van afgoden zijn.