Terug naar Jesaja 45
VSV
Statenvertaling

Jesaja 45:15

Voorwaar, Gij zijt een God die Zich verbergt, o God van Israël, de Heiland.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 45 — omringende verzen

10

Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? of tot de vrouw: Wat baart gij?

11

Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.

12

Ik heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen; Ik, zelfs Mijn handen, heb de hemelen uitgestrekt en al hun heer heb Ik geboden.

13

Ik heb hem gewekt in gerechtigheid en Ik zal al zijn wegen recht maken; hij zal Mijn stad bouwen en Mijn gevangenen laten gaan, niet voor prijs noch voor geschenk, zegt de HEER der heerscharen.

14

Zo zegt de HEER: De arbeid van Egypte en de koopwaar van Ethiopië en van de Sabeërs, mannen van grote gestalte, zullen tot u overkomen en de uwen zijn; zij zullen u navolgen; in boeien zullen zij overkomen, en zij zullen zich voor u neerbuigen, zij zullen u smeken, zeggende: Waarlijk, God is in u, en er is geen ander, er is geen God.

15

Voorwaar, Gij zijt een God die Zich verbergt, o God van Israël, de Heiland.

16

Zij zullen beschaamd en ook te schande worden, allen tezamen; zij zullen tezamen te schande gaan die makers van afgoden zijn.

17

Maar Israël zal in de HEER behouden worden met een eeuwige behoudenis; gij zult niet beschaamd noch te schande worden tot in eeuwigheid.

18

Want zo zegt de HEER die de hemelen geschapen heeft; God Zelf die de aarde gevormd en gemaakt heeft; Hij heeft haar gegrondvest, Hij heeft haar niet geschapen om leeg te zijn, Hij heeft haar gevormd om bewoond te worden: Ik ben de HEER, en er is geen ander.

19

Ik heb niet in het verborgen gesproken, op een duistere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs; Ik, de HEER, spreek gerechtigheid, Ik verkondig dingen die recht zijn.

20

Vergadert u en komt; nadert tezamen, gij ontkomen zijde der volken: zij hebben geen verstand die het hout van hun gesneden beeld oprichten en bidden tot een god die niet kan behouden.