Jesaja 45:16
“Zij zullen beschaamd en ook te schande worden, allen tezamen; zij zullen tezamen te schande gaan die makers van afgoden zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 45 — omringende verzen
Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.
12Ik heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen; Ik, zelfs Mijn handen, heb de hemelen uitgestrekt en al hun heer heb Ik geboden.
13Ik heb hem gewekt in gerechtigheid en Ik zal al zijn wegen recht maken; hij zal Mijn stad bouwen en Mijn gevangenen laten gaan, niet voor prijs noch voor geschenk, zegt de HEER der heerscharen.
14Zo zegt de HEER: De arbeid van Egypte en de koopwaar van Ethiopië en van de Sabeërs, mannen van grote gestalte, zullen tot u overkomen en de uwen zijn; zij zullen u navolgen; in boeien zullen zij overkomen, en zij zullen zich voor u neerbuigen, zij zullen u smeken, zeggende: Waarlijk, God is in u, en er is geen ander, er is geen God.
15Voorwaar, Gij zijt een God die Zich verbergt, o God van Israël, de Heiland.
Zij zullen beschaamd en ook te schande worden, allen tezamen; zij zullen tezamen te schande gaan die makers van afgoden zijn.
Maar Israël zal in de HEER behouden worden met een eeuwige behoudenis; gij zult niet beschaamd noch te schande worden tot in eeuwigheid.
18Want zo zegt de HEER die de hemelen geschapen heeft; God Zelf die de aarde gevormd en gemaakt heeft; Hij heeft haar gegrondvest, Hij heeft haar niet geschapen om leeg te zijn, Hij heeft haar gevormd om bewoond te worden: Ik ben de HEER, en er is geen ander.
19Ik heb niet in het verborgen gesproken, op een duistere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs; Ik, de HEER, spreek gerechtigheid, Ik verkondig dingen die recht zijn.
20Vergadert u en komt; nadert tezamen, gij ontkomen zijde der volken: zij hebben geen verstand die het hout van hun gesneden beeld oprichten en bidden tot een god die niet kan behouden.
21Verkondigt het en brengt het nabij; ja, laat hen tezamen raad plegen: wie heeft dit van oudsher verkondigd? wie heeft het van die tijd af gemeld? Heb niet Ik, de HEER, het gedaan? en er is geen andere God naast Mij; een rechtvaardig God en een Heiland; er is niemand naast Mij.