Terug naar Jesaja 45
VSV
Statenvertaling

Jesaja 45:19

Ik heb niet in het verborgen gesproken, op een duistere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs; Ik, de HEER, spreek gerechtigheid, Ik verkondig dingen die recht zijn.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 45 — omringende verzen

14

Zo zegt de HEER: De arbeid van Egypte en de koopwaar van Ethiopië en van de Sabeërs, mannen van grote gestalte, zullen tot u overkomen en de uwen zijn; zij zullen u navolgen; in boeien zullen zij overkomen, en zij zullen zich voor u neerbuigen, zij zullen u smeken, zeggende: Waarlijk, God is in u, en er is geen ander, er is geen God.

15

Voorwaar, Gij zijt een God die Zich verbergt, o God van Israël, de Heiland.

16

Zij zullen beschaamd en ook te schande worden, allen tezamen; zij zullen tezamen te schande gaan die makers van afgoden zijn.

17

Maar Israël zal in de HEER behouden worden met een eeuwige behoudenis; gij zult niet beschaamd noch te schande worden tot in eeuwigheid.

18

Want zo zegt de HEER die de hemelen geschapen heeft; God Zelf die de aarde gevormd en gemaakt heeft; Hij heeft haar gegrondvest, Hij heeft haar niet geschapen om leeg te zijn, Hij heeft haar gevormd om bewoond te worden: Ik ben de HEER, en er is geen ander.

19

Ik heb niet in het verborgen gesproken, op een duistere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs; Ik, de HEER, spreek gerechtigheid, Ik verkondig dingen die recht zijn.

20

Vergadert u en komt; nadert tezamen, gij ontkomen zijde der volken: zij hebben geen verstand die het hout van hun gesneden beeld oprichten en bidden tot een god die niet kan behouden.

21

Verkondigt het en brengt het nabij; ja, laat hen tezamen raad plegen: wie heeft dit van oudsher verkondigd? wie heeft het van die tijd af gemeld? Heb niet Ik, de HEER, het gedaan? en er is geen andere God naast Mij; een rechtvaardig God en een Heiland; er is niemand naast Mij.

22

Wendt u tot Mij en wordt behouden, alle einden der aarde; want Ik ben God, en er is geen ander.

23

Ik heb bij Mijzelf gezworen, het woord is uit Mijn mond gegaan in gerechtigheid en zal niet terugkeren, dat voor Mij elke knie zich zal buigen en elke tong zal zweren.

24

Waarlijk, men zal zeggen: In de HEER zijn gerechtigheid en sterkte; tot Hem zullen de mensen komen; en allen die tegen Hem in woede ontbranden, zullen beschaamd worden.