Terug naar Jesaja 45
VSV
Statenvertaling

Jesaja 45:10

Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? of tot de vrouw: Wat baart gij?

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 45 — omringende verzen

5

Ik ben de HEER, en er is geen ander, er is geen God naast Mij: Ik heb u omgord, hoewel gij Mij niet kende;

6

Opdat men van de opgang der zon en van het westen weet dat er geen ander is naast Mij. Ik ben de HEER, en er is geen ander.

7

Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het onheil; Ik, de HEER, doe al deze dingen.

8

Druppelt neer, gij hemelen, van boven, en laat de wolken gerechtigheid vloeien; laat de aarde zich openen en laat haar redding voortbrengen, en laat gerechtigheid tegelijk opspruiten; Ik, de HEER, heb haar geschapen.

9

Wee hem die twist met zijn Maker! Laat de potscherf twisten met de potscherven der aarde. Zal het leem tot hem die het vormt zeggen: Wat maakt gij? of uw werk: Hij heeft geen handen?

10

Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? of tot de vrouw: Wat baart gij?

11

Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.

12

Ik heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen; Ik, zelfs Mijn handen, heb de hemelen uitgestrekt en al hun heer heb Ik geboden.

13

Ik heb hem gewekt in gerechtigheid en Ik zal al zijn wegen recht maken; hij zal Mijn stad bouwen en Mijn gevangenen laten gaan, niet voor prijs noch voor geschenk, zegt de HEER der heerscharen.

14

Zo zegt de HEER: De arbeid van Egypte en de koopwaar van Ethiopië en van de Sabeërs, mannen van grote gestalte, zullen tot u overkomen en de uwen zijn; zij zullen u navolgen; in boeien zullen zij overkomen, en zij zullen zich voor u neerbuigen, zij zullen u smeken, zeggende: Waarlijk, God is in u, en er is geen ander, er is geen God.

15

Voorwaar, Gij zijt een God die Zich verbergt, o God van Israël, de Heiland.