Terug naar Jesaja 45
VSV
Statenvertaling

Jesaja 45:7

Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het onheil; Ik, de HEER, doe al deze dingen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 45 — omringende verzen

2

Ik zal voor u uitgaan en de kronkelpaden recht maken: Ik zal de koperen poorten in stukken breken en de ijzeren grendels doorkappen;

3

En Ik zal u de schatten der duisternis geven en de verborgen rijkdommen der geheime plaatsen, opdat gij weet dat Ik, de HEER, die u bij uw naam roept, de God van Israël ben.

4

Ter wille van Jakob, Mijn knecht, en Israël, Mijn uitverkorene, heb Ik u zelfs bij uw naam geroepen; Ik heb u een erenaam gegeven, hoewel gij Mij niet kende.

5

Ik ben de HEER, en er is geen ander, er is geen God naast Mij: Ik heb u omgord, hoewel gij Mij niet kende;

6

Opdat men van de opgang der zon en van het westen weet dat er geen ander is naast Mij. Ik ben de HEER, en er is geen ander.

7

Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het onheil; Ik, de HEER, doe al deze dingen.

8

Druppelt neer, gij hemelen, van boven, en laat de wolken gerechtigheid vloeien; laat de aarde zich openen en laat haar redding voortbrengen, en laat gerechtigheid tegelijk opspruiten; Ik, de HEER, heb haar geschapen.

9

Wee hem die twist met zijn Maker! Laat de potscherf twisten met de potscherven der aarde. Zal het leem tot hem die het vormt zeggen: Wat maakt gij? of uw werk: Hij heeft geen handen?

10

Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? of tot de vrouw: Wat baart gij?

11

Zo zegt de HEER, de Heilige Israëls en zijn Maker: Vraag Mij naar de toekomende dingen aangaande Mijn zonen, en aangaande het werk Mijner handen, beveelt gij Mij.

12

Ik heb de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen; Ik, zelfs Mijn handen, heb de hemelen uitgestrekt en al hun heer heb Ik geboden.