Jesaja 47:5
“Zit stil en ga in de duisternis, o dochter der Chaldeeën; want gij zult niet meer genaamd worden: de heerseres der koninkrijken.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 47 — omringende verzen
Kom neder en zit in het stof, o maagd dochter van Babel, zit op de grond; er is geen troon, o dochter der Chaldeeën; want gij zult niet meer teder en verwend genaamd worden.
2Neem de molenstenen en maal meel; ontbloot uw vlechten, maak de schenen bloot, ontbloot de dij, ga door de rivieren.
3Uw naaktheid zal ontbloot worden, ja, uw schaamte zal gezien worden; Ik zal wraak nemen en zal u niet als een mens tegemoet komen.
4Wat onze Verlosser betreft, HEER der heerscharen is Zijn naam, de Heilige Israëls.
Zit stil en ga in de duisternis, o dochter der Chaldeeën; want gij zult niet meer genaamd worden: de heerseres der koninkrijken.
Ik was toornig op Mijn volk, Ik heb Mijn erfenis ontheiligd en hen in uw hand gegeven; gij hebt hun geen barmhartigheid bewezen; op de grijsaard hebt gij uw juk zeer zwaar gelegd.
7En gij zeidet: Ik zal voor eeuwig heerseres zijn; zodat gij deze dingen niet ter harte naamt en aan het uiteinde daarvan niet dacht.
8Hoor dan nu dit, gij die aan genietingen overgegeven zijt, die zorgeloos woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand anders naast mij; ik zal niet zitten als een weduwe, noch het verlies van kinderen kennen;
9Maar deze twee dingen zullen u in een ogenblik op één dag overkomen: het verlies van kinderen en weduwschap; zij zullen over u komen in hun volheid vanwege de veelheid van uw toverijen en vanwege de grote overvloed van uw bezweringen.
10Want gij hebt vertrouwd op uw boosheid; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij. Uw wijsheid en uw kennis, die hebben u afvallig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand anders naast mij.